Schotland dagboek – deel 2: Nessie

19 augustus 2016 – Nessie
Al voor ik naar Schotland ging wist ik dat er daar dingen zijn die niet kloppen. En dat terwijl het zo’n volstrekt normaal land lijkt. Ik had een soort voorgevoel, een vermoeden zoals de mist die tegen de heuvels aanbotst. Wazig en traag- maar onontkoombaar.

Neem nou ‘The scotisch sun’ waar ze mee dwepen. Ik weet niet waar ze die zon vandaan halen, want ik heb hem nog niet gezien. En dan het seizoen. Ze noemen dit zomer, maar iedereen loopt in een wollen trui. Daarbij komt de camping: aan de telefoon zei de eigenaar dat er ‘plenty of room’ was en op het ‘moment supreme’ deelden we een douche en twee wc’s met dertig Spanjaarden.

Ik had het van tevoren moeten weten, kunnen beseffen en realiseren. Want in een land waar ze mierzoete slaapliedjes zingen over hoofden die op spiesen worden gestoken moet wel iets fundamenteel mis zijn.
Het is het land waar de mist niet over de bergen komt en waar de wind huilend aan je tentje trekt. Het is het land waar de elfen nog over de heuvels dansen en doedelzakspelers door de natte hei marcheren, zompend van ‘een-twee, een-twee, een-twee’. Naast elkaar, want ze delen dit land. Dit land waar niets is zoals het lijkt en andersom.
De grootste paradox is nog wel Loch Ness. Om daar te komen moet je eerst een stuk door een stil en onbewoond gebied. Geen mensen, huizen, verdwaalde schapen… echt niets. Alleen wij met onze blitse auto op de weg. Wij, de auto, de weg en de natuur.
Een paar kilometer onder Loch Ness stuitten we op een groot meer. Zo’n meer dat je meestal met honderden anderen moet delen, die dan ook nog een surfplank bij zich hebben, of huilende kinderen, of gaan bbq’en. En dan probeer je daar rustig van de natuur te genieten op je rotsige, stofige plekje van een bij een meter. Hier was niemand.
Hoe kan het dat bij zo’n meer niemand is? Geen enkele verdwaalde toerist met sokken in zijn ckrocs, camera of overdreven Eskimo-muts. Waar waren ze?
Ze stonden allemaal 20 kilometer verderop in het water te turen. Het water dat zo bekend is om iets wat er niet in zit. O ja, het is donker en diep, er zijn onverklaarbaren kringen op het water en als je goed kijkt beweegt iets zich langzaam voort onder het wateroppervlak. Als het niet in Schotland was geweest zou ik hebben gezworen dat er een groot beest in zat, waarschijnlijk een monster.
Maar in Schotland waar niets is wat het lijkt, waar ze praten over een ontbrekende zon, waar ze lieflijk zingen over onthoofdingen, waar ze zelfs in de toeristenwinkels vriendelijk de weg wijzen en waar beelden zijn van cherubijntjes die doedelzak spelen… in zo’n land kan je maar een conclusie trekken: Als iedereen zegt dat er een monster in een meer zit kan je er absoluuuuuut zeker van zijn dat het monster er niet in zit!!!
Dus staan al die toeristen met camera bij het verkeerde meer, 20 kilometer te ver doorgereden, echt triest. En wij staan bij het goede. De wolken breken open en de zon begint te schijnen.
Als de zon hier schijnt schijnt hij niet gewoon, nee dan schijnt de zon fel en helder, enorm helder en ook nog eens licht, echt licht, met minstens 200%. Dus hij bestaat toch, ‘The Scottish sun’.
En wat nu te denken over het monster? … Misschien toch?
Dagmar Cloosterman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s